De acht voorafgaande ideeen...

Voor iemand die verbonden is met de innerlijke weg, is het essentieel om de acht voorafgaande begrippen te begrijpen, ze geobserveerd te hebben als realiteiten in zichzelf, harde realiteiten, en ze constant in zijn gedachten aanwezig te houden.

 
De mens, een incompleet ontwikkeld wezen, heeft drie mogelijkheden
1) Zich ontwikkelen door zijn eigen krachtsinspanningen, overgaan van het niveau waarop de natuur hem heeft geschapen tot een niveau van een werkelijk mens, zichzelf opheffen op deze weg naar een hoger bewustzijns niveau.
2) Leven en sterven zoals hij is geboren, als een incompleet wezen. Als dit het geval is, lijken zijn opeenvolgende levens op het hindoeïstische en boeddhistische begrip van de mens, gevangen in het wiel van opeenvolgende reïncarnaties.
3) Degeneratie, wat kan gebeuren als de mogelijkheid voor evolutie is verloren, met andere woorden, een spirituele dood.
 
Hij is in staat om zich te ontwikkelen...
... omdat het deel in hem dat is in staat zich te ontwikkelen, al in potentie aanwezig is.
 
... door bewust en vrijwillig werk...en met voldoende help…
Evolutie gebeurt niet automatisch maar door bewust en vrijwillig werk.....door eigen krachtsinspanningen en door de hulp van iemand die het hogere bewustzijn al heeft ontwikkeld. Een spirituele meester, samen met een levend onderricht, vertegenwoordigt dit soort help..
 
Deze evolutie is niet voor iedereen
Niet alle mensen ontwikkelen zich. Dit is geen onrechtvaardigheid want niet iedereen wenst zich te ontwikkelen. Evolutie gaat steeds zeldzamer worden omdat mensen vaker in beslag worden genomen door de economische, sociale en politieke systemen en als gevolg daarvan steeds meer op machines gaan lijken. Machines zijn ze al, maar tot op zekere hoogte, nog steeds in het bezit van de mogelijkheid om werkelijk mens te worden. Maar in de toekomst gaan ze machines worden met zelfs minder vrijheid, zelfs minder mogelijkheden voor individuele gedachten, machines in een wereld van isolatie en illusie.
 
De mens kent zichzelf niet
Hij leeft met allerlei soorten illusies over zichzelf. Hij is zich er niet bewust van hoe hij functioneert. Hij handelt als een automaat, een geprogrammeerde machine en is zich zelfs niet eens bewust van dit feit. Pas als hij zich bewust gaat worden van deze situatie begint hij ook, beetje bij beetj,e zich te bevrijden van zijn automatische en geprogrammeerde gedrag waaraan hij onderworpen is geweest door zijn opvoeding, ervaringen en voorafgaande reincarnaties. Hij reageert alleen maar op allerlei stimulansen van de buitenwereld of op zijn eigen innerlijke impulsen.
 
De mens is niet vrij
Omdat de mens zichzelf niet kent, volgt daaruit dat hij niet vrij is. Hij heeft geen centrum, geen “ik” dat zegt “Ik wil” zonder dat dit een reactie is , een antwoord op iets dat van buiten of van binnen komt.
 
De mens is in staat tot verandering...
...als hij werkelijk begrijpt wat zojuist is uitgelegd. Op dat moment is hij in staat tot een radicale verandering, hij is in staat tot een transformatie. Vanuit de toestand van een machine, een geconditioneerde robot, kan hij beginnen om vrij en creatief te worden. Hij kan beginnen om over te gaan van het gewone bewustzijnsniveau, tot een hoger bewustzijns niveau.
 

De mens is geen eenheid
De mens denkt over zichzelf als een eenheid, een individu (individu komt van het Latijns “individuum” wat “onverdeeld” betekent oftewel een eenheid), iets wat verre van het geval is : een mens is geen individu. Een individu is niet langer verbrokkeld, in zijn leven functioneert hij altijd vanuit hetzelfde centrum, dezelfde “ik”.

School voor Psycho-Antropologie © 2006 - 2 September , 2006